‘We staan er nu glansrijk voor’

1 mei 2018

Enige tijd geleden heeft wethouder economie, cultuur en RO Ferrie Förster zijn vertrek al aangekondigd. Wat heeft hij de afgelopen vier jaar gedaan voor de Delftse economie? En hoe staat Delft er nu economisch voor? Förster blikt terug – en een beetje vooruit.

 

Lekker begin, vier jaar geleden: de financiële en economische crisis landelijk én lokaal deed in volle sterkte Delft aan.

“Ja, er moest flink worden bezuinigd. Ook ik ontkwam daar niet aan. Terwijl ik juist geloof dat je moet investeren als het slecht gaat, om zo voorwaarden voor verbetering te scheppen, zodat je er daarna de vruchten van kunt plukken. Dat maakte het lastig om het verschil te kunnen maken. Lastig, maar niet onmogelijk. Ik legde de focus op twee gebieden: toerisme en technologie – beauty en brains van Delft. Delft moet toeristisch tot de top behoren, en beschouwd worden tot de Nederlandse hoofdstad van  techniek & innovatie, want zo creëren we werkgelegenheid op alle niveaus en een sterke economie die financiële klappen op kan vangen. Dit waren voor mij de twee stippen aan de horizon. Ik had weinig middelen om te investeren, maar door te investeren in netwerken en partners uit de stad, door de juiste mensen bij elkaar te brengen, heb ik toch veel voor elkaar gekregen.”

 

Daar som je net de twee gebieden op waarin Delft al bovengemiddeld scoorde. Delft ís toch al een kennisstad?

“Ja, en daar valt dus méér werk van te maken door ondernemers de ruimte te geven. Het wordt dan niet alleen in Delft bedacht, maar ondernemers krijgen ook ruimte om bijvoorbeeld te dingen te maken. Zo krijgen we banen op alle niveaus. Mijn voorganger Pieter Guldemond had techniek en innovatie al prima op de rails gezet, onder meer met de komst van Innovation Quarter, dat zich inzet om buitenlandse techbedrijven naar Delft te halen. Daar hebben we op voortgeborduurd. Om Nederlandse techbedrijven naar Delft te halen, hebben de gemeente en de TU Delft samen DTP opgericht, Delft Technology Partners. En dat heeft de afgelopen vier jaar vruchten afgeworpen. We hebben flink wat nieuwe bedrijven mogen verwelkomen: Microsoft komt, DEMCON is naar Delft gekomen, net als HollandPTC, om er een paar te noemen. We merkten ook dat het belangrijk is Delftse bedrijven met een groeibehoefte groeiruimte in Delft te kunnen aanbieden, om te voorkomen dat zij uit Delft vertrekken. Ampelmann, Applikon en TOPdesk konden in Delft doorgroeien. Ook startups hebben we meer ruimte kunnen bieden, met YES!Delft Labs en binnenkort ook NEXT!Delft. Voor doorgroeiers in de offshore en energie is de Buccaneer erbij gekomen. En nu? Economisch gezien zijn we met een groei van 3,2 procent in 2017 de stad met een snel groeiende economie. Dat is vooral de verdienste van de Delftse ondernemers.”

 

En is de toeristische stip een stukje dichterbij gekomen?

“Met 3 miljoen toeristen, van wie 20 procent uit het buitenland komt, was Delft al een sterk merk. Maar het verkoopt zich niet vanzelf. Samen met partners uit de toeristensector hebben we daarin geïnvesteerd. Met elkaar hebben we gekeken wat nodig is om meer toeristen naar Delft te halen, en te sturen op toeristen die langer willen blijven dan een uurtje, die dus echt geld uitgeven bij onze Delftse ondernemers. Verhoging van de toeristenbelasting was noodzakelijk om het huishoudboekje op orde te krijgen. Dat zorgde voor wrijving – maar zonder wrijving heb je geen glans. Want als je kijkt waar we nu met elkaar staan – 3½ miljoen toeristen, van wie bijna 25 procent uit het buitenland, de op drie na beste binnenstad, de stad met de laagste winkelleegstand – staan we er glansrijk voor.”

 

Waar kijk je met de meeste trots op terug?

“Het Vermeerjaar was wel één van de hoogtepunten. Vooral ook omdat veel Delftse ondernemers en culturele partners er geweldig op inhaakten, zíj maakten het tot een groot succes. Het trok bezoekers van over de hele wereld. Ook ben ik trots op de komst van YES!Delft Labs en op de vele bedrijven die in Delft hebben kunnen groeien of naar Delft zijn gekomen.”

 

Na vier jaar stop je ermee. Klus geklaard?

“Grote dossiers zijn afgerond, maar Delft is natuurlijk nooit af. Ik ben er wel van overtuigd dat Delft er economisch gezien nu beter voorstaat dan hoe ik Delft vier jaar geleden aantrof. Er zijn meer bedrijven en meer banen bijgekomen. Ook op andere delen van mijn portefeuille – cultuur en ruimtelijke ordening – heb ik mogen bijdragen aan een betere versie van de stad. Het nieuwe taal- en cultuurcentrum OPEN komt eraan, DOK en de VAK onder één dak, waar vooral jonge Delftenaren worden uitgenodigd en uitgedaagd om hun taal en talenten te ontwikkelen. Er komt een Student Hotel, het Arsenaal krijgt een passende invulling, The Green Village is gegroeid, van één energieneutraal huisje tot een complete regelvrije zone voor duurzame innovaties waar we het Bouwbesluit mogen uitzetten van het Rijk – wat heeft geleid tot landelijke interesse om hier innovaties uit te proberen.”

 

Wat is voor jou de belangrijkste les die je hebt geleerd, of die je je opvolger zou willen meegeven?

“Regels – die moet je snappen, of die moet je schrappen. Maar ze moeten geen eigen leven leiden – ‘Zo doen we het altijd’. En als iemand een regel niet snapt, moet je die durven schrappen. Zo hebben we het Rijk ervan kunnen overtuigen dat je The Green Village regelvrij moet maken om innovaties te kunnen versnellen. Mijn regel: durf soms af te wijken van regels. Het gaat om durf, om met elkaar de focus op de stippen aan de horizon te houden, bij te dragen aan een betere versie van Delft – ook als regels dat lastig maken. Lastig, maar niet onmogelijk.”